Blokkering

Uitgangspunten:

Het blokkeren is vooral een kwestie van discipline. Het blokkeren hangt zo nauw samen met de verdediging dat het houden aan de afspraken veel belangrijker is dan gaan voor eigen succes. Het sluiten van een 2- of 3-blok is van "levensbelang" voor de verdediging.

Tactisch:

Als ik het over posities heb, dan is dat bezien uit het oogpunt van je eigen team.

Positie 2:

Op positie 2 wordt de rechtdoor dicht gezet. Dit betekent dat de buitenblokkeerster haar linkerhand tegenover de slagarm van de aanvalster zet. Zij moet ten allen tijde voorkomen dat de bal vrij rechtdoor kan worden geslagen.

Als je er voor kiest om de rechtdoor vrij te laten, dan moet de blokkeerster de rechterhand tegenover de slagarm van de aanvalster zetten.

Positie 3:

Op positie 3 wordt in eerste instantie de rechterkant dichtgehouden. Dit om de rechtsachter te beschermen en de aanvaller te verleiden naar de verdediging op positie 5 en 6 te laten slaan. Als echter blijkt dat de middenaanvalster maar 1 kant op kan slaan, dan wordt die kant door de blokkering dichtgezet.

Je kan op het midden commit spelen (blind meegaan met de eerste tempo) blok of je speelt read and react, dit houdt in dat je als blokkeerster kijkt wat er aan de andere kant gebeurd en daarop je actie maakt.

Commit zul je gebruiken als er veel over het midden wordt aangevallen en gescoord wordt. Nadeel van deze vorm van blokkeren is dat je de buitenkant nooit meer dicht loopt. De keus is aan jou om je midspeelsters een opdracht mee te geven. Wees daar niet dubbel in, ze loopt of de buitenkant dicht en laat zich eventueel raken op het midden, of ze gaat voor vol de eerste tempo.

Positie 4:

Op positie 4 wordt de blokkering diagonaal gezet. Wederom om de rechtsachter positie te beschermen. Diagonaal betekent dat de linkerhand tegenover de slaghand van de aanvalster moet staan.

Ook hier weer als je ervoor kiest om de blokkering rechtdoor dicht te zetten, zul je de rechterhand voor de slagarm van de aanvalster moeten zetten

Het blok is er op gericht om:

  1. de opties van de aanvaller te beperken
  2. de verdediging kansen te geven
  3. te scoren

Ik heb scoren op de derde plaats gezet, omdat de eerste 2 veel belangrijker zijn er worden doorgaans maar weinig directe punten per wedstrijd uit het blok gemaakt. Het aanraken van de bal waardoor deze vertraagd wordt, of de aanvalsters dwingen naar de verdedigers te slaan is in mijn ogen veel belangrijker.


Technisch:

Het accent moet liggen om zo dicht mogelijk bij de bal te komen.Dit doe je door met de handen over het net heen te reiken. Natuurlijk kan dit niet voor iedereen gelden, als je niet zo hoog kan komen, moet je in ieder geval de bal moeten kunnen raken.

Uitgangshouding:

Bij de uitgangshouding moeten we eerst bepalen waar we blokkeren en hoe we dat doen. Met waar bedoel ik dan de positie, buiten of midden en of de buiten gecentreerd begint of echt op buiten.

Dan heb je natuurlijk nog voor het midden en de linksvoor als zij steunt op het midden, de keuze tussen commit en read and react.

Bij het commit blok is de uitgangshouding als volgt.

  • Voeten schouderbreed
  • Onderarmlengte afstand van het net
  • Rug recht
  • Handen hoog ( dit geldt alleen als je geen ondersteuning van de armen nodig hebt om te blokken, m.a.w. als je lang bent, anders kun je je handen op borsthoogte houden)
  • Vlak voordat de actie moet plaatsvinden geef je druk op je voorvoeten, zodat de spieren in je benen onder spanning komen te staan.

Bij het read and react blok is de uitgangshouding de volgende:

  • Voeten schouderbreed
  • Onderarmlengte afstand van het net
  • Rug recht
  • Handen schouderhoog
  • Vlak voordat de actie moet plaatsvinden geef je druk op je voorvoeten, zodat de spieren in je benen onder spanning komen te staan.

Verplaatsen:

Voor het blok wil ik werken met 2 verplaatsingsvormen. Te weten de side-step en lopen.

Voor de side-step geldt dat je met die voet begint waarnaar je toe wilt verplaatsen. De grote van de stappen is afhankelijk van de afstand die je moet afleggen. Het ritme is hier belangrijk. Je zult ook met de 1 na laatste stap een rempas moeten maken en de andere voet, schouderbreed, bij moeten plaatsen, waarna de afzet van de sprong plaatsvindt.

Voor het lopen geldt dat er met de voet begonnen wordt waarnaar er verplaatst moet worden. Je plaats je voet in de richting waar je naartoe wilt. Je maakt het aantal passen dat nodig is om de verplaatsing te maken en zo veel dat je 1 na laatste pas een rempas en de laatste is om de ander voet bij te plaatsen. Het ritme waarin dit gebeurt, is het zelfde als bij de aanloop van de aanval.

Bij de 1 na laatste pas moet de voet ingedraaid worden, zodanig dat deze haaks op het net staat, de voet die bijgeplaatst wordt moet ook haaks op het net gezet worden. Gevolg is dan dat de schouders evenwijdig aan het net zullen zijn en dus ook de handen direct goed staan, dat wil zeggen dat ze een vlak maken evenwijdig aan het net.

Voor je plaatsbepaling kijk je naar je aanvaller, kijk waar zij heen loopt.

Springen:

Voor het springen geldt als belangrijkste aandachtspunt dat je daar land waar je opgesprongen bent. Hiervoor zijn een aantal dingen van belang.

  • Rempas als er een verplaatsing moet worden gedaan
  • Buikspieren (het aanspannen hiervan)

De eerste optie zorgt ervoor dat je niet gaat zweven naar de richting waarnaar je verplaatst.

De tweede is er voor om ervoor te zorgen dat je niet naar voren springt en dat je handen over het net gaan.

Ondersteuning met de armen is nodig voor sommigen van ons om over het net uit te komen. Denk dan wel aan de UGH. Houdt de handen voor je op borsthoogte en haal ze voor het lichaam naar beneden om daarna als ondersteuning bij het springen ze weer voor het lichaam omhoog te brengen, dit voor het voorkomen van netfouten.

Mensen die springen zonder de ondersteuning van de armen, houden hun handen op schouderhoogte.

Landen:

Altijd op 2 voeten. Dit ter voorkoming van blessures. Op hoger niveau worden andere oplossingen door spelers en speelsters gebruikt om eerder te kunnen beginnen met de vervolgactie. Op lager niveau en bij de jeugd (nog) niet toestaan.

Keuze van de verplaatsingsvorm:

Als het mogelijk is om het met een side-step te gerbuiken , dan verdient dit altijd de voorkeur. De side-step is een veel stabielere verplaatsing dan lopen.

Om uit te komen bij het verplaatsen moet er "gespeeld" worden met de grote van de passen en het aantal passen. Hoe kleiner de speelster is des te meer passen heeft zij nodig. In het geval van Inge en Karlijn moeten we gaan werken aan 3 passen als de verplaatsing vanuit het midden gebeurd

Training:

De training van al deze dingen kan het best in de warming-up gebeuren. Daar kun je talloze verlpaatsingsoefeningen en spring oefeningen doen.

Enkele voorbeelden zijn:

  • Het oefenen van de site-step over verschillende afstanden
  • Het oefenen van lopen over verschillende afstanden
  • Bovenstaande oefeningen waarbij de trainer probeert de bal tussen de handen door te gooien
  • Voor de buikspieren leren aanspannen: gaan blokken bij de muur en met je tenen tegen de muur aanschoppen

Zoeken

Wordcloud

staat   niet   speelsters   team   gaat   achter   punten   meter   handen   over   moeten   spelen   aanval   moet   speelt   goed   zijn   ballen   worden   staan   tempo   spelverdeler   midden   waar   passen   weer   gespeeld   pass   deze   zich   door   geeft   maar   positie   setup   valt   verdedigd   keer   verdedigen   daarna   heeft   komt   naar   rotatie   gooit   wordt   hebben   komen   blok   voor   JoelLipman.Com